Aansluiten bij inwonersinitiatieven, voor iedereen betaalbaar, op zoek naar koppelkansen en werken vanuit een goed samenspel. Dat zijn de uitgangspunten van de gemeente om samen te werken aan het aardgasvrij maken van dorpen en wijken. Voor 2050 moeten alle gebouwen in De Fryske Marren verwarmd worden met duurzame energie, dit is een afspraak uit het nationaal Klimaatakkoord. In de Warmtevisie staat beschreven hoe de gemeente deze uitdaging aan wil pakken en welke dorpen als eerste aan de beurt zijn. Het college legt de Warmtevisie voor aan de gemeenteraad.

In het nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat de gebouwde omgeving in heel Nederland uiterlijk in 2050 aardgasvrij is en dat gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn. Dat betekent dat alle woningen, winkels, kantoren, scholen en andere gebouwen binnen 30 jaar aardgasvrij gemaakt moeten worden. Dit vraagt van iedereen een inspanning. In gemeente De Fryske Marren staan ongeveer 23.500 woningen en 5.300 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken deze gebouwen 45,3 miljoen kuub aardgas. Daarmee is de warmtetransitie een flinke uitdaging om dit samen voor elkaar te krijgen.

Aansluiten bij bewonersinitiatieven

Het college vindt het belangrijk dat de warmtetransitie samen met de mienskip wordt georganiseerd en op draagvlak kan rekenen van inwoners en bedrijven. Daarom is een belangrijk uitgangspunt dat de gemeente aansluit bij inwonersinitiatieven. Door samen te werken en als gemeente initiatieven zo goed mogelijk te ondersteunen, kunnen er mooie projecten worden gerealiseerd. Lokale energie coöperaties kunnen hier een centrale rol in spelen.

Voor iedereen betaalbaar

Eén van de grootste uitdagingen van de warmtetransitie is dat het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. “Iedereen in de samenleving moet mee kunnen doen, ook als je zelf het geld niet hebt om je huis aardgasvrij te maken. Als overheid hebben we hier een belangrijke taak”, zegt wethouder Frans Veltman. “Inwoners die niet de mogelijkheid hebben om te investeren willen we helpen met het energiezuinig maken van hun woning, zodat de energiekosten niet verder oplopen”. Via het energiebesparingproject Tûk Wenjen geeft de gemeente informatie over subsidiemogelijkheden en duurzaamheidsleningen waar inwoners gebruik van kunnen maken.

Welke mogelijkheden zien we in De Fryske Marren?

De bouwjaren van de woningen, de bouwdichtheid van een dorp of stad en de aanwezigheid van warmtebronnen bepalen welke oplossingen voor duurzame warmte het meest voor de hand liggen. In de gemeente is sprake van lintbebouwing en relatief veel buitengebied met een lage bouwdichtheid. Allerlei aspecten waar we in de keuze voor mogelijkheden rekening mee moeten houden.

Hoe en waar starten we?

De warmtetransitie vindt niet van de één op de andere dag plaats. We doen dit gezamenlijk en op een zorgvuldige manier. Communiceren, informeren en samenwerken met inwoners en ondernemers staan hierin centraal. In Balk, Boornzwaag, Elahuizen en Terherne zijn concrete inwonersinitiatieven. Daarom noemen we deze dorpen onze startdorpen. Dit betekent dat de gemeente hier samen met de inwonersinitiatieven en partners zoals de woningcorporaties en Liander gaat werken aan Wijkuitvoeringsplannen. Samen onderzoeken we de mogelijkheden voor de verschillende duurzame warmte alternatieven en werken we aan het uitvoeren van plannen.