Congres met afscheid van minister (06-10-2017)

Afbeelding Fred Veensrtra

Op 5 oktober heb ik het jaarcongres van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters bezocht. Ik was er twee keer niet geweest, dus het werd ook weer eens tijd. Zo’n congres bezoek je immers niet alleen om nieuwe inzichten op te doen, maar ook om oude contacten te vernieuwen. Het congres werd gehouden in Lelystad. Met een kort filmpje maakten we kennis met die stad en de omgeving. Het vliegveld kwam ook even voorbij. Een collega uit Limburg vertelde dat hij niet wist dat er bij Lelystad een vliegveld ligt. Ik kon hem melden dat we dat in onze omgeving inmiddels heel goed weten. De inhoudelijke bijdragen gingen vooral over ontwikkelingen op het terrein van openbare orde en veiligheid.

Een spreker wees er op dat burgemeesters zich op grond van de wet veel directer met de aansturing van de politie kunnen bemoeien dan iedereen denkt. Sinds de invoering van de nationale politie lijkt het immers alsof de politie vanuit Den Haag wordt geleid. En dat is ook zo als het om het beheer van de organisatie gaat. Inhoudelijk is er veel meer mogelijk vanuit de lokale prioriteiten. Aan de hand van de voorbeelden die werden genoemd kreeg ik het idee dat we het in onze regio zo slecht nog niet doen. We spreken immers in goed overleg af wat de gezamenlijke speerpunten voor politie en gemeente zijn.

Een andere spreker wees er op dat burgemeesters langzaam evolueren van lintenknipper tot crimefighter. In zijn ogen een slechte zaak omdat de taken van justitie en gemeenten door elkaar gaan lopen. Burgemeesters zouden zich niet bezig moeten houden met drugsbestrijding of de aanpak van motorclubs. Een interessante stelling, maar vraagt de samenleving (en de politiek) niet aan de burgemeesters om hun rol in de aanpak van criminaliteit actiever op te pakken? Natuurlijk moet ieders rol helder zijn, maar de gemeentelijke overheid mag zich volgens mij niet afzijdig houden wanneer er sprake is van misdrijven die de samenleving negatief beïnvloeden. Het congres werd afgesloten door minister Plasterk. Net terug uit Sint Maarten mocht hij voor de laatste keer de slottoespraak houden. Over enkele weken zal er immers een nieuwe minister zijn. De minister gaf aan geen uitgesproken meningen meer te kunnen uitspreken, maar hij ging nog wel in op de positie van de gemeentebestuurders.

Op dit moment staan burgemeesters hoog in het rijtje van functionarissen die het vertrouwen hebben van mensen. Politici staan niet hoog in die rij. Wanneer het komende kabinet zou besluiten om de gekozen burgemeester in te voeren, dan wordt ook de burgemeester een politicus. Zodra je immers tijdens een verkiezing wordt gekozen ben je een politicus. Dit zou een argument kunnen zijn om de benoemingsprocedure op de huidige manier voort te zetten. Daar zijn de meeste mensen ook wel tevreden over. De constatering dat het vertrouwen in burgemeesters zal dalen als ze politici worden, is een trieste. Vooral ook voor al die politici, in onze situatie de gemeenteraadsleden, die blijkbaar niet als zeer betrouwbaar worden gezien. Dat is niet goed voor de democratie, maar ook niet voor de gemeenteraadsleden. Overal, ook in De Fryske Marren, zetten de raadsleden zich met hart en ziel in om besluiten te nemen die de gemeente vooruit helpen en die goed zijn voor de inwoners. Een raadslid is gemiddeld 16 uur in de week actief. Ze verdienen het om als betrouwbaar te worden gezien. De vraag is dus hoe we dat imago kunnen verbeteren.

In onze gesprekken over de foto van de democratie kan deze vraag aan de orde komen. En de komende maanden, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in maart, zijn bij uitstek geschikt om aan het imago van de politiek in de gemeente te werken. Minder in het gemeentehuis, meer naar buiten. Overal laten zien wie je bent en wat je wilt. Maar vooral ook luisteren naar de opvattingen van inwoners en proberen dat goed te vertalen in beleid. Als dat lukt groeit het vertrouwen en versterken we de lokale democratie. Dat zou mooi zijn.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.