We zijn gelukkig (14-06-2019)

Afbeelding van water en zeilboten

Toch wel een bijzonder bericht in het nieuws van deze week: de Friezen zijn de gelukkigste mensen in ons land. Maar liefst 92% zegt gelukkig te zijn. En 89% is tevreden met hun leven. En tegelijkertijd is de welvaart in onze provincie lager dan gemiddeld, zijn we lager opgeleid dan elders in het land en ligt het gezondheidsniveau van de Fries onder dat van andere Nederlanders. Deskundigen noemen het de Friese paradox. Het gaat lang niet zo goed als elders maar we voelen ons wel goed.

Volgens het Fries Sociaal Planbureau hebben we vertrouwen in elkaar, voelen we ons veilig en zijn we, zeker in de dorpen, heel tevreden over de sociale samenhang. Als je dat, zo schrijft de Volkskrant, combineert met de grote tevredenheid over de woonomgeving met veel rust en ruimte, dan is Fryslân ongeveer het paradijs op aarde. En werd Fryslân een paar jaar geleden ook al niet gekozen tot mooiste provincie?

De Friezen zijn gelukkig en tevreden. Sociale samenhang en ruimtelijke omgeving spelen daarbij een grote rol. Ik neem maar aan dat dit ook voor de inwoners van onze gemeente geldt. Dan zou je dus de vraag kunnen stellen of dit gevolgen moet hebben voor het gemeentelijk beleid. Als vrijwel iedereen tevreden is, wat staat ons dan nog te doen?

Enkele opmerkingen daarover. Eén van de kerntaken van de gemeente is ervoor te zorgen dat de gemeente “schoon, heel en veilig is”. De wegen moeten er netjes bijliggen, de vuilcontainers moeten regelmatig worden geleegd en samen met de politie zorgen we ervoor dat we zo weinig mogelijk criminaliteit en overlast hebben. Daar zijn we als gemeente(n) goed in en dat draagt bij aan het tevreden gevoel van inwoners. Voor de sociale samenhang in dorpen zijn de inwoners in de eerste plaats zelf verantwoordelijk. Maar omdat de gemeente kan faciliteren, via de dorpencoördinatoren en met financiële ondersteuning voor allerlei initiatieven, wordt de mienskip in de dorpen wel op peil gehouden. En de gemeente blijft een verantwoordelijkheid houden voor de mensen die niet mee kunnen komen, die een steuntje in de rug nodig hebben als het gaat om werk, een uitkering of om zorgverlening. Ik ben er van overtuigd dat de inzet van de gemeentelijke overheid wel degelijk bijdraagt aan de hoge cijfers die onze inwoners aan hun leven geven.

Ook nog een andere opmerking. Moeten we uit de grote waardering voor de rust en ruimte van onze leefomgeving ook afleiden dat grote ingrepen minder gewenst zijn? Dat, zoals ik recent iemand hoorde zeggen, groei niet alleen te maken heeft met nieuwe wegen, woonwijken en bedrijventerreinen, maar ook met groei van het besef dat we moeten waarderen wat we hebben en juist dat moeten behouden of zelfs terugbrengen? En dan gaat het over zaken als natuur en landschap, biodiversiteit, enzovoort?

In onze gemeente willen we aan de slag met een visie op de toekomst. Wat voor gemeente moeten we zijn in 2040? Hoe zorgen we dat de economische omstandigheden zo zijn dat het hier goed wonen en werken is? Maar ook: hoe behouden we datgene waarover onze inwoners nu zo tevreden zijn? Het lijkt me goed de cijfers die we deze week kregen mee te nemen bij het gesprek over onze toekomstvisie.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.