Mei 2018

Wandelend of fietsend door het buitengebied van De Fryske Marren zie je in de juiste tijd van het jaar bermen met een grote variatie aan bloeiende planten. Dit mooie, karakteristieke plaatje is te danken aan nauwkeurig uitgevoerd onderhoud. Deels door de gemeente, deels door boeren die daar hun voordeel mee doen.

Niet ál het bermbeheer in De Fryske Marren valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De bermen langs de rijkswegen worden onderhouden door Rijkswaterstaat en die langs de provinciale wegen door de provincie Fryslân.

De gemeente heeft de zorg voor dat wat overblijft: openbare wegen in het buitengebied, plattelandswegen, fietspaden en wandelpaden. Daarbij onderhoudt gemeente De Fryske Marren ook bermen langs enkele fietspaden in de omgeving van het Tjeukemeer, die eigendom zijn van Wetterskip Fryslân.

Hetzelfde geldt voor bermen langs een aantal fietspaden in Gaasterland, die in het bezit zijn van Staatsbosbeheer. Alles bij elkaar vormen ze zo'n 967 kilometer aan berm.

Biodiversiteit dankzij verschraling

Bij al deze bermen zorgt de gemeente voor zoveel mogelijk verschraling. Verschraling houdt in dat de bodem niet verrijkt wordt door achtergebleven maaisel. Zulke verrijking zou namelijk leiden tot ongewenste planten, zoals grote brandnetel, kleefkruid en akkerdistel, die kwetsbare bloeiende planten verdringen. Door het maaisel weg te halen en verschraling op te laten treden, ontstaat er meer variatie aan flora en fauna. Dit heeft diverse voordelen.

Bijen en insecten die een gunstige invloed hebben op de nabijgelegen landbouwpercelen vinden in de bermen een prettige leefomgeving. Bloemrijke bermen vergroten de recreatieve waarde van het landschap van De Fryske Marren. En de biodiversiteit draagt ook bij aan het bestrijden van plagen, zoals die van de eikenprocessierups. Bovendien zorgt het verwijderen van het maaisel voor meer verkeersveiligheid en een betere waterafvoer van het wegdek. Voor de verschraling past de gemeente twee maaimethoden toe: maaien en hooien bij brede bermen en klepelen met een afvoerband bij smalle bermen. In het kader van de verkeersveiligheid, wordt de eerste meterstrook - indien nodig - extra gemaaid.

Bermbeheer door boeren

Voor het beheer van de bermen werkt gemeente De Fryske Marren samen met een aantal boeren in de regio. Met hen sluit de gemeente contracten waarin afspraken staan over het maaien, afgestemd op de planten van de specifieke bermen. Eén van die boeren is Ludze de Jong uit Rotstergaast. Sinds vier jaar verzorgt hij het onderhoud van de bermen langs de Schoterweg. Vaak begint hij daar in juni al mee. “Sommige delen van de berm bevatten ridderzuring”, legt hij uit. “Dat is een lastig onkruid, dat je niet te lang tussen de overige planten moet laten zitten.” Daarna volgen er nog maaironden in augustus en in het najaar. De Jong: “Het gras gaat kort gemaaid de winter in.”

Het onderhoud van de bermen tussen Mirns en Oudemirdum en tussen Oudemirdum en Nijemirdum is al zo'n zeven jaar de verantwoordelijkheid van Gaasterlander Ids Smink. Net als De Jong beschouwt hij het maaisel als belangrijke voeding voor zijn dieren. “In het hooi zitten veel verschillende grassoorten en kruiden. Die zijn goed voor de darmwerking en houden de maag rustig.” Smink voert de eerste maaironde het liefst voor de zomermaanden uit. “Is het gras van de bermen lang, dan gooien fietsers hun afval erin. Is het gras kort, dan doen ze dat niet. De mens is een vreemd wezen.”

Op de foto: Ludze de Jong uit Rotstergaast (links) en Ids Smink uit Oudemirdum.