De Omgevingswet Minder regels, meer overzicht, de bewoner centraal (19-11-2019)

Afbeelding Roel de Jong en Wilfred Linsen

Vanaf 2021 treedt de Omgevingswet in werking, een nieuwe wet over onze fysieke leefomgeving. De Omgevingswet geeft minder regels en dat werkt voor iedereen een stuk prettiger. Wel vraagt de wet om een compleet andere aanpak dan gemeente en bewoners gewend zijn. Wethouder Roel de Jong en projectleider Wilfred Lintsen van gemeente De Fryske Marren vertellen.

Veel regeltjes, een onoverzichtelijke brij aan wetten en ellenlange procedures. Het typeert het ‘van het kastje naar de muur-gevoel’ dat mensen soms ervaren als ze iets willen regelen met de overheid, bijvoorbeeld een bouwvergunning. “Tot nu toe kon het niet anders; die regels zijn er nu eenmaal. Maar vanaf 2021 gaat dat veranderen”, zegt wethouder Roel de Jong. “De Omgevingswet voegt maar liefst 26 wetten en honderden maatregelen samen in één heldere wet. De wet gaat over zaken als milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, natuur, monumentenzorg, bodem en geluid. Alles om ons heen dus.”

Minder regels

Met de Omgevingswet zijn er minder en overzichtelijke regels en dat maaktprocedures een stuk eenvoudiger. Projectleider Wilfred Lintsen: “Het is niet zo dat alles ineens maar kan, maar de besluitvorming verloopt door de vereenvoudigde regelgeving wel sneller. Een voorbeeld? De besluitvormingstermijn van 26 weken
is teruggebracht naar acht.” Ook is er meer ruimte voor eigen initiatieven van bewoners en geeft de wet mogelijkheden voor lokaal maatwerk. Bij beslissingen wordt bovendien goed gekeken naar het effect van zo’n beslissing op de rest van het gebied. Er moet een samenhang zijn tussen sociale, ruimtelijke en economische aspecten.

Open discussie

De nieuwe wet geeft gemeente, bewoners en bedrijven een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ieders rol verandert daarmee. De Jong: “Een bepalende gemeente is niet van deze tijd. Veel mensen weten zelf prima wat ze wel en niet in hun leefomgeving wensen. Burgerinitiatieven worden dan ook steeds belangrijker. Het is het
idee dat betrokken partijen – buren, organisaties, etc. – eerst zelf met elkaar om tafel gaan en afwegingen maken, vóórdat een idee bij de gemeente terecht komt. De gemeente komt vervolgens niet met regeltjes, maar praat mee in een open discussie om de juiste wegen te vinden.” Een mooi voorbeeld van burgerparticipatie is de Club van Aanjagers van de Tsjûkemar. “Deze stichting komt met concrete toeristisch-recreatieve plannen rond het Tsjûkemar en gaat daarvoor zelf met belanghebbenden om tafel”, aldus De Jong. “Zulke initiatieven faciliteren we graag.”

Gaaf

Binnen de gemeente zijn projecten gestart om te zien wat er nodig is om de wet straks goed uit te voeren. De Jong: “We gaan intern trainingen volgen en starten proeftuinen op rond initiatieven van bewoners. Gewoon om eens te zien: hoe werkt deze nieuwe aanpak nou? Voor medewerkers betekent het een andere manier van benaderen. We toetsen niet meer, maar laten los en denken mee.” Dat vraagt om een andere mindset. Best spannend, maar ook heel gaaf, vindt Lintsen. “Het past bij de huidige tijd. Niet meer zenden, maar samen iets creëren”.

Omgevingsvisie

De gemeente betrekt bewoners en ondernemers zo snel mogelijk bij de nieuwe ontwikkelingen. Lintsen: “Op 1 januari 2021 treedt ook de Wet Kwaliteitsborging in werking. Ook daar gaan we mensen te zijner tijd over informeren. Intussen zijn we al een tijdje bezig met het vaststellen van de Omgevingsvisie, een van de instrumenten binnen de Omgevingswet. Vorig jaar hebben we bewoners van een aantal dorpen reactie op het eerste ontwerp gevraagd en daar komen we volgend jaar op terug. Ook betrekken we bewoners bij het opstellen van ons Omgevingsplan, dat de visie vertaalt in een concreet programma.” Met de Omgevingswet krijgen inwoners meer vat op hun omgeving, verwacht De Jong. “Deze wet zet de burger centraal. Er is ruimte om met elkaar in gesprek te gaan en duidelijke, weloverwogen keuzes te maken. Ik hoop dat deze verandering de afstand tussen bewoners en de gemeente verkleint. Als het goed is, zien mensen de gemeente straks niet meer als hobbel die je moet nemen om een initiatief voor elkaar te krijgen, maar als partner die je helpt jouw plan op de juiste plek te verwezenlijken.”